Van basisschool naar Talentencentrum

26 juni 2018 - Waardoor ik het afgelopen jaar het meest geraakt ben?’ Ronny hoeft er niet lang over na te denken. ‘De bezieling die ons team toont. De wil om te leren. En niet te vergeten de wil om te ondernemen. Dat maakt me wel heel trots ja.’  Paul sluit zich bij hem aan. ‘In de drie jaar dat ik hier ben, zijn er ontzettend veel veranderingen doorgevoerd. Maar ik kan niet zeggen dat ik het gevoel heb dat die zo ontzettend aan mij toe te schrijven zijn. Ik heb natuurlijk wel aangestuurd, maar de grote beweging komt echt uit het team.’ Inmiddels kan hij “genoeglijk aanzien” hoe alles zich verder ontwikkelt. ‘We zijn alweer een flinke poos terug in het reguliere basistoezicht. Vaak zie je dan dat mensen achterover gaan leunen. Maar hier niet. Misschien is dat toch het gevolg van de vrijheid die ik mensen geef. Het maakt ze mede-eigenaar van de ontwikkeling van onze school. Dat stimuleert creativiteit en initiatief. En het bindt mensen.’ 

‘Volgend jaar gaan we een intensief visietraject in om de onderwijskundige kwaliteit van onze school verder te verbeteren, vertelt Ronny. ‘Voor kinderen is het belangrijk dat ze door de hele school op een zelfde manier les krijgen. Maar welke manier willen wij kiezen?’ ‘Natuurlijk hebben wij hierover wel al ideeën’, vult Paul aan. ‘Meer thematisch werken en veel aandacht  voor bewegend leren bijvoorbeeld. Maar het is belangrijk dat het  team eigenaar van dit proces wordt en de visie en verdere uitwerking ervan mede ontwikkelt. Het mag geen papieren document zijn dat van bovenaf wordt opgelegd.’ Ze zien uit naar het traject. ‘We hebben een jong team dat open staat voor elkaars ideeën en meningen. Misschien weten ze ons nog wel te verrassen, dat zou het mooiste zijn. We zijn erg benieuwd naar hun inbreng.’

Waar Paul en Ronny ook door geraakt zijn is de groeiende ouderbetrokkenheid. ‘We hebben de deuren wijd open gezet. Ouders de ruimte gegeven om een actieve bijdrage te leveren aan onze school. En we zien dat die ruimte ook steeds meer gepakt wordt. Dat doet ons goed.’ 

En de deuren moeten in de nabije toekomst nog veel wijder open. Vaker ook. Paul heeft grootse plannen met de Van Brienenoordschool. Een talentencentrum, dat is waar hij naar toe wil. ‘We willen niet alleen voorzien in de onderwijsbehoeften van kinderen, maar ook in hun sociale behoeften en persoonlijke interesses. Dat start al voordat ze leerplichtig worden, dat houdt niet op na schooltijd en dat hoeft ook niet te stoppen als ze naar de middelbare school gaan.’ 

Ronny wijst op de ontwikkelingen die al in gang zijn gezet: ‘Sinds vorig jaar bieden we peuteropvang aan in ons gebouw en natuurlijk hebben we tussenschoolse- en naschoolse opvang. We bieden logopedie, schoolmaatschappelijk werk en komend jaar starten we ook met kinderfysiotherapie. Verder bieden we al typecursussen en gaat Mad Science komend jaar een naschoolse cursus aanbieden. En dat is nog maar het begin. Een ander speerpunt is beweging en gezond eten. ‘We willen een fitte school zijn. Femke, onze gymleerkracht, speelt hierin een belangrijke rol en zal dit volgend jaar verder gaan uitbouwen. Inmiddels zijn we lid geworden van de schoolsportvereniging, waardoor we verschillende sporten letterlijk dichterbij brengen en toegankelijker maken voor kinderen.’

Paul benadrukt de wijkfunctie die hij met zijn school wil gaan vervullen. ‘Als je een schoolgebouw alleen gebruikt om onderwijs te geven aan kinderen van van 4-12 jaar, dan staat zo’n gebouw veel meer leeg dan het gebruikt wordt. Dat is ontzettend zonde. We willen voor iedereen van -9 maanden tot 23 jaar een relevante plek worden. Een veilige en vertrouwde omgeving, waar je je thuis kunt voelen en jezelf zo breed mogelijk kunt ontwikkelen.’ De ambitie is hoog, maar hij past in de maatschappelijke behoeften van deze tijd. Daarbij komt dat het goed is om je als school tegenwoordig ook als ondernemer op te stellen. ‘Ik wil als school niet enkel en alleen afhankelijk zijn van overheidsgelden. Om de snelle ontwikkelingen in deze maatschappij bij te kunnen houden en als school voorop te kunnen blijven lopen, kun je het heft beter in eigen hand nemen en zorgen dat je ook andere bronnen aanboort. Zo snijdt het mes aan twee kanten.’