De Wereld in Getallen

5 februari 2018 - ‘Ik ben een 1 ster’, vertelt Yasmine. ‘Dat is dat je rekenen super moeilijk vindt. Als je 1 ster bent, dan heb je een bijwerkboek. Dat is oranje. Ik kan het wel even laten zien.’ Enthousiast springt ze op en rent naar haar tafeltje. ‘De naam is misschien een beetje misleidend, want het bijwerkboek is niet iets extra’s, legt Alyssa uit. ‘Het is een middel dat ik kan inzetten als ik merk dat de 1 ster kinderen meer instructie nodig hebben dan in het gewone lesboek wordt aangereikt. Het komt dan in de plaats van de reguliere opdrachten in het lesboek’.  

De wereld in getallen differentieert op drie niveaus. Minimum (1 ster), basis (2 sterren) en plus (3 sterren). Maar elke les begint gewoon klassikaal. Meestal met automatiseren, gevolgd door een stukje instructie waarbij de kinderen vaak meedoen met een wisbordje. ‘Ik doe eerst voor hoe het werkt, laat zien hoe ik denk en welke stappen ik neem. Daarna is het de beurt aan de kinderen. Zodra ik merk dat ze begrijpen wat ze aan het doen zijn, kunnen ze zelfstandig aan de slag met de opdrachten in het lesboek, passend bij hun niveau. Dat geldt ook voor 1-ster kinderen. Alleen als blijkt dat ze behoefte hebben aan verlengde instructie gaan we samen met het bijwerkboek aan de slag. Bij 3 ster kinderen kan het zijn dat ze al eerder zelfstandig aan de slag kunnen, omdat ze de instructie niet nodig hebben.’

De methode leert kinderen niet alleen rekenen. Ook een stukje planning en het nemen van eigen verantwoordelijkheid komen aan bod binnen de weektaken. Deze moeten ze helemaal zelfstandig maken. ‘De weektaak moet je vrijdag afhebben’, licht Yasmine toe. ‘En als je het niet afhebt, moet je het meenemen naar huis.’ De weektaak is afgestemd op het niveau van de kinderen en behandelt de stof die de week ervoor aan bod is gekomen. Kinderen met 1 ster maken minder en eenvoudiger opdrachten dan 2 en 3 ster kinderen. Zo is ieder kind in principe in staat om zijn of haar weektaak volledig te volbrengen. Tot de weektaak behoort ook altijd een stukje oefensoftware. Meestal zijn dat rekenopdrachten in spelvorm die door de kinderen enthousiast worden ontvangen. 

De methode is heel overzichtelijk voor de kinderen, omdat er altijd volgens een vast stramien wordt gewerkt. En dat is prettig. Op maandag staan getallen op het programma. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om hoe een getal is opgebouwd en waar het thuis hoort in een getallenlijn. We zijn dan vooral bezig met het structureren van getallen. Op dinsdag vermenigvuldigen en delen we, op woensdag is er een projectles (bijvoorbeeld over geld, inhoud, klokkijken of grafieken) en op donderdag maken we plus- en minsommen. Ook kent elke les dezelfde opbouw. Er wordt gestart met automatiseren. Daarna volgt instructie en wordt er begeleid geoefend. Het laatste stukje van de les is bestemd voor de weektaak. De vrijdag is door de leerkracht vrij in te vullen en kan onder andere benut worden voor het afmaken van de weektaak. De kinderen werken steeds in blokken van vier of vijf weken aan een bepaald doel en elk blok wordt afgesloten met een toets. De week na de toets behoort ook nog tot het blok en is speciaal bedoeld voor herhaling en verrijking. Zwakke kinderen krijgen zo de kans zich de stof alsnog volledig eigen te maken. Leerlingen die de basis al beheersen, krijgen juist de kans om extra te groeien.

Een andere grote winst ten opzichte van de vorige methode is de digitale ondersteuning. ‘Op het digibord kunnen we alles visueel maken en we kunnen het heel interactief inzetten. Zo kunnen kinderen er bijvoorbeeld geld op komen neerleggen bij een les over geld. Dat vinden ze ontzettend leuk. Of we kunnen zelf filmpjes invoegen om een onderwerp te verduidelijken.’ Met dat laatste hebben we direct nóg een pluspunt van deze methode te pakken: namelijk de mogelijkheid om er als leerkracht ook een stukje eigen invulling aan te geven. Vooral de vrij inzetbare vrijdag leent zich hier goed voor. ‘Zo hebben we laatst een rekenspel georganiseerd waarbij de kinderen heel actief bezig waren. Verspreid over de klassen en de hal hingen 20 briefjes met sommen. Veelal verhaaltjessommen, omdat die zo voor de Cito nog extra geoefend konden worden. De kinderen werden verdeeld in tweetallen en kregen een startnummer. Ze moesten op zoek naar de som met dat nummer, hem oplossen en vervolgens op zoek naar de volgende som. Tot ze alle twintig waren opgelost.' ‘Wij waren laatste,’ geeft Yasmine eerlijk toe. Maar ze verontschuldigt zich direct met een grote grijns op haar gezichtje: ‘Dat komt omdat ik naar het toilet moest’. 

Meer weten over De Wereld in Getallen?

Kijk dan op de website van Malmberg >